HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← imkeren — definición

Conjugation of imkeren

Regular CEFR B1
/ˈɪm.kə.rə(n)/

bijen houden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik imker
jij / je imkert
hij / zij / het imkert
wij / we imkeren
jullie imkeren
zij / ze imkeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik imkerde
jij / je imkerde
hij / zij / het imkerde
wij / we imkerden
jullie imkerden
zij / ze imkerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik imkere
jij / je imkere
hij / zij / het imkere
wij / we imkeren
jullie imkeren
zij / ze imkeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik imkerde
jij / je imkerde
hij / zij / het imkerde
wij / we imkerden
jullie imkerden
zij / ze imkerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij imker
jullie (archaïsch) imkert

Onbepaalde vormen

Infinitief
imkeren
Tegenwoordig deelwoord
imkerend
Voltooid deelwoord
geïmkerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary