HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ijzelen — definition

Conjugation of ijzelen

Regular CEFR B1
ˈɛi̯.zə.lə(n)

het vallen van onderkoelde regen die eenmaal in aanraking met de grond bevriest Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ijzel
jij / je ijzelt
hij / zij / het ijzelt
wij / we ijzelen
jullie ijzelen
zij / ze ijzelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ijzelde
jij / je ijzelde
hij / zij / het ijzelde
wij / we ijzelden
jullie ijzelden
zij / ze ijzelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ijzele
jij / je ijzele
hij / zij / het ijzele
wij / we ijzelen
jullie ijzelen
zij / ze ijzelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ijzelde
jij / je ijzelde
hij / zij / het ijzelde
wij / we ijzelden
jullie ijzelden
zij / ze ijzelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ijzel
jullie (archaïsch) ijzelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
ijzelen
Tegenwoordig deelwoord
ijzelend
Voltooid deelwoord
geijzeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary