HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← ijsberen — definition

Conjugation of ijsberen

Regular CEFR C2
ˈɛi̯sˌbeː.rə(n)

rusteloos heen en weer lopen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik ijsbeer
jij / je ijsbeert
hij / zij / het ijsbeert
wij / we ijsberen
jullie ijsberen
zij / ze ijsberen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik ijsbeerde
jij / je ijsbeerde
hij / zij / het ijsbeerde
wij / we ijsbeerden
jullie ijsbeerden
zij / ze ijsbeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik ijsbere
jij / je ijsbere
hij / zij / het ijsbere
wij / we ijsberen
jullie ijsberen
zij / ze ijsberen
Aanvoegende wijs — verleden
ik ijsbeerde
jij / je ijsbeerde
hij / zij / het ijsbeerde
wij / we ijsbeerden
jullie ijsbeerden
zij / ze ijsbeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij ijsbeer
jullie (archaïsch) ijsbeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
ijsberen
Tegenwoordig deelwoord
ijsberend
Voltooid deelwoord
geijsbeerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary