Conjugation of hyperventileren
/ˈɦi.pər.vɛn.tiˌleː.rə(n)/door te veelvuldig ademhalen het koolzuurgehalte van het bloed dusdanig ontregelen dat men duizelig wordt Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | hyperventileer |
| jij / je | hyperventileert |
| hij / zij / het | hyperventileert |
| wij / we | hyperventileren |
| jullie | hyperventileren |
| zij / ze | hyperventileren |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | hyperventileerde |
| jij / je | hyperventileerde |
| hij / zij / het | hyperventileerde |
| wij / we | hyperventileerden |
| jullie | hyperventileerden |
| zij / ze | hyperventileerden |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | hyperventilere |
| jij / je | hyperventilere |
| hij / zij / het | hyperventilere |
| wij / we | hyperventileren |
| jullie | hyperventileren |
| zij / ze | hyperventileren |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | hyperventileerde |
| jij / je | hyperventileerde |
| hij / zij / het | hyperventileerde |
| wij / we | hyperventileerden |
| jullie | hyperventileerden |
| zij / ze | hyperventileerden |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | hyperventileer |
| jullie (archaïsch) | hyperventileert |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | hyperventileren |
Tegenwoordig deelwoord
| — | hyperventilerend |
Voltooid deelwoord
| — | gehyperventileerd |