HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← huwen — definition

Conjugation of huwen

Regular CEFR C2
ˈɦyu̯ə(n)

in de echt treden, trouwen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik huw
jij / je huwt
hij / zij / het huwt
wij / we huwen
jullie huwen
zij / ze huwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik huwde
jij / je huwde
hij / zij / het huwde
wij / we huwden
jullie huwden
zij / ze huwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik huwe
jij / je huwe
hij / zij / het huwe
wij / we huwen
jullie huwen
zij / ze huwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik huwde
jij / je huwde
hij / zij / het huwde
wij / we huwden
jullie huwden
zij / ze huwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij huw
jullie (archaïsch) huwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
huwen
Tegenwoordig deelwoord
huwend
Voltooid deelwoord
gehuwd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary