HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← hurken — definition

Conjugation of hurken

Regular CEFR C2
ˈhʏrkə(n)

op de onderbenen gaan zitten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hurk
jij / je hurkt
hij / zij / het hurkt
wij / we hurken
jullie hurken
zij / ze hurken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hurkte
jij / je hurkte
hij / zij / het hurkte
wij / we hurkten
jullie hurkten
zij / ze hurkten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hurke
jij / je hurke
hij / zij / het hurke
wij / we hurken
jullie hurken
zij / ze hurken
Aanvoegende wijs — verleden
ik hurkte
jij / je hurkte
hij / zij / het hurkte
wij / we hurkten
jullie hurkten
zij / ze hurkten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hurk
jullie (archaïsch) hurkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
hurken
Tegenwoordig deelwoord
hurkend
Voltooid deelwoord
gehurkt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary