HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← huppen — definición

Conjugation of huppen

Regular CEFR B1

met beide benen of achterpoten tegelijk opspringend zich gericht verplaatsen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hup
jij / je hupt
hij / zij / het hupt
wij / we huppen
jullie huppen
zij / ze huppen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hupte
jij / je hupte
hij / zij / het hupte
wij / we hupten
jullie hupten
zij / ze hupten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik huppe
jij / je huppe
hij / zij / het huppe
wij / we huppen
jullie huppen
zij / ze huppen
Aanvoegende wijs — verleden
ik hupte
jij / je hupte
hij / zij / het hupte
wij / we hupten
jullie hupten
zij / ze hupten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hup
jullie (archaïsch) hupt

Onbepaalde vormen

Infinitief
huppen
Tegenwoordig deelwoord
huppend
Voltooid deelwoord
gehupt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary