HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← huiken — definition

Conjugation of huiken

Regular CEFR B1

hurken, door de knieën gaan Arch. (1811) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik huik
jij / je huikt
hij / zij / het huikt
wij / we huiken
jullie huiken
zij / ze huiken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik huikte
jij / je huikte
hij / zij / het huikte
wij / we huikten
jullie huikten
zij / ze huikten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik huike
jij / je huike
hij / zij / het huike
wij / we huiken
jullie huiken
zij / ze huiken
Aanvoegende wijs — verleden
ik huikte
jij / je huikte
hij / zij / het huikte
wij / we huikten
jullie huikten
zij / ze huikten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij huik
jullie (archaïsch) huikt

Onbepaalde vormen

Infinitief
huiken
Tegenwoordig deelwoord
huikend
Voltooid deelwoord
gehuikt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary