HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← hosten — definition

Conjugation of hosten

Regular CEFR B1
ˈɦoːs.tən

via een netwerk toegankelijk maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik host
jij / je host
hij / zij / het host
wij / we hosten
jullie hosten
zij / ze hosten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hostte
jij / je hostte
hij / zij / het hostte
wij / we hostten
jullie hostten
zij / ze hostten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hoste
jij / je hoste
hij / zij / het hoste
wij / we hosten
jullie hosten
zij / ze hosten
Aanvoegende wijs — verleden
ik hostte
jij / je hostte
hij / zij / het hostte
wij / we hostten
jullie hostten
zij / ze hostten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij host
jullie (archaïsch) host

Onbepaalde vormen

Infinitief
hosten
Tegenwoordig deelwoord
hostend
Voltooid deelwoord
gehost

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary