HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← hosselen — definición

Conjugation of hosselen

Regular CEFR B2
/ˈɦɔ.sə.lə(n)/

zich inspannen, zijn best doen, moeizaam inkomen verwerven uit tal van bezigheden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hossel
jij / je hosselt
hij / zij / het hosselt
wij / we hosselen
jullie hosselen
zij / ze hosselen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hosselde
jij / je hosselde
hij / zij / het hosselde
wij / we hosselden
jullie hosselden
zij / ze hosselden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hossele
jij / je hossele
hij / zij / het hossele
wij / we hosselen
jullie hosselen
zij / ze hosselen
Aanvoegende wijs — verleden
ik hosselde
jij / je hosselde
hij / zij / het hosselde
wij / we hosselden
jullie hosselden
zij / ze hosselden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hossel
jullie (archaïsch) hosselt

Onbepaalde vormen

Infinitief
hosselen
Tegenwoordig deelwoord
hosselend
Voltooid deelwoord
gehosseld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary