HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← hospitaliseren — definition

Conjugation of hospitaliseren

Regular CEFR C2
ˌɦɔs.pi.taː.liˈzeː.rə(n)

zo gewend zijn geraakt aan de verzorging in een ziekenhuis dat men zich daarbuiten nauwelijks kan handhaven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hospitaliseer
jij / je hospitaliseert
hij / zij / het hospitaliseert
wij / we hospitaliseren
jullie hospitaliseren
zij / ze hospitaliseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hospitaliseerde
jij / je hospitaliseerde
hij / zij / het hospitaliseerde
wij / we hospitaliseerden
jullie hospitaliseerden
zij / ze hospitaliseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hospitalisere
jij / je hospitalisere
hij / zij / het hospitalisere
wij / we hospitaliseren
jullie hospitaliseren
zij / ze hospitaliseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik hospitaliseerde
jij / je hospitaliseerde
hij / zij / het hospitaliseerde
wij / we hospitaliseerden
jullie hospitaliseerden
zij / ze hospitaliseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hospitaliseer
jullie (archaïsch) hospitaliseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
hospitaliseren
Tegenwoordig deelwoord
hospitaliserend
Voltooid deelwoord
gehospitaliseerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary