HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← hooren — definición

Conjugation of hooren

Regular CEFR B1

verouderde spelling of vorm van horen tot 1935/46 Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hoor
jij / je hoort
hij / zij / het hoort
wij / we hooren
jullie hooren
zij / ze hooren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hoorde
jij / je hoorde
hij / zij / het hoorde
wij / we hoorden
jullie hoorden
zij / ze hoorden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hoore
jij / je hoore
hij / zij / het hoore
wij / we hooren
jullie hooren
zij / ze hooren
Aanvoegende wijs — verleden
ik hoorde
jij / je hoorde
hij / zij / het hoorde
wij / we hoorden
jullie hoorden
zij / ze hoorden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hoor
jullie (archaïsch) hoort

Onbepaalde vormen

Infinitief
hooren
Tegenwoordig deelwoord
hoorend
Voltooid deelwoord
gehoord

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary