HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← hoetelen — definición

Conjugation of hoetelen

Regular CEFR B2
/ˈɦu.tə.lə(n)/

to mess around, to bungle, to huddle Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hoetel
jij / je hoetelt
hij / zij / het hoetelt
wij / we hoetelen
jullie hoetelen
zij / ze hoetelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hoetelde
jij / je hoetelde
hij / zij / het hoetelde
wij / we hoetelden
jullie hoetelden
zij / ze hoetelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hoetele
jij / je hoetele
hij / zij / het hoetele
wij / we hoetelen
jullie hoetelen
zij / ze hoetelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik hoetelde
jij / je hoetelde
hij / zij / het hoetelde
wij / we hoetelden
jullie hoetelden
zij / ze hoetelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hoetel
jullie (archaïsch) hoetelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
hoetelen
Tegenwoordig deelwoord
hoetelend
Voltooid deelwoord
gehoeteld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary