HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← hoepelen — definición

Conjugation of hoepelen

Regular CEFR C2
/ˈɦu.pə.lə(n)/

het spelen met een hoepel door deze rond de middel rond te draaien Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hoepel
jij / je hoepelt
hij / zij / het hoepelt
wij / we hoepelen
jullie hoepelen
zij / ze hoepelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hoepelde
jij / je hoepelde
hij / zij / het hoepelde
wij / we hoepelden
jullie hoepelden
zij / ze hoepelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hoepele
jij / je hoepele
hij / zij / het hoepele
wij / we hoepelen
jullie hoepelen
zij / ze hoepelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik hoepelde
jij / je hoepelde
hij / zij / het hoepelde
wij / we hoepelden
jullie hoepelden
zij / ze hoepelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hoepel
jullie (archaïsch) hoepelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
hoepelen
Tegenwoordig deelwoord
hoepelend
Voltooid deelwoord
gehoepeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary