HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← hinderen — definition

Conjugation of hinderen

Regular CEFR C2
ˈɦɪn.də.rə(n)

iets of iemand storen in zijn/haar bezigheden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hinder
jij / je hindert
hij / zij / het hindert
wij / we hinderen
jullie hinderen
zij / ze hinderen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hinderde
jij / je hinderde
hij / zij / het hinderde
wij / we hinderden
jullie hinderden
zij / ze hinderden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hindere
jij / je hindere
hij / zij / het hindere
wij / we hinderen
jullie hinderen
zij / ze hinderen
Aanvoegende wijs — verleden
ik hinderde
jij / je hinderde
hij / zij / het hinderde
wij / we hinderden
jullie hinderden
zij / ze hinderden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hinder
jullie (archaïsch) hindert

Onbepaalde vormen

Infinitief
hinderen
Tegenwoordig deelwoord
hinderend
Voltooid deelwoord
gehinderd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary