HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← heulen — definition

Conjugation of heulen

Regular CEFR C2
ɦøːlə(n)

met de vijand samenwerken of ideologisch mee eens zijn Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik heul
jij / je heult
hij / zij / het heult
wij / we heulen
jullie heulen
zij / ze heulen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik heulde
jij / je heulde
hij / zij / het heulde
wij / we heulden
jullie heulden
zij / ze heulden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik heule
jij / je heule
hij / zij / het heule
wij / we heulen
jullie heulen
zij / ze heulen
Aanvoegende wijs — verleden
ik heulde
jij / je heulde
hij / zij / het heulde
wij / we heulden
jullie heulden
zij / ze heulden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij heul
jullie (archaïsch) heult

Onbepaalde vormen

Infinitief
heulen
Tegenwoordig deelwoord
heulend
Voltooid deelwoord
geheuld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary