HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← heten — definition

Conjugation of heten

Regular CEFR B2
ˈɦeː.tə(n)

zelfstandig werkwoord in de betekenis 'de naam hebben'. Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik heet
jij / je heet
hij / zij / het heet
wij / we heten
jullie heten
zij / ze heten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik heette
jij / je heette
hij / zij / het heette
wij / we heetten
jullie heetten
zij / ze heetten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hete
jij / je hete
hij / zij / het hete
wij / we heten
jullie heten
zij / ze heten
Aanvoegende wijs — verleden
ik heette
jij / je heette
hij / zij / het heette
wij / we heetten
jullie heetten
zij / ze heetten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij heet
jullie (archaïsch) heet

Onbepaalde vormen

Infinitief
heten
Tegenwoordig deelwoord
hetend
Voltooid deelwoord
geheten

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary