Conjugation of herijken
overdrachtelijk een beleid of onderdeel daarvan opnieuw bezien Ver definición completa →
Aantonende wijs
Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
| ik | herijk |
| jij / je | herijkt |
| hij / zij / het | herijkt |
| wij / we | herijken |
| jullie | herijken |
| zij / ze | herijken |
Verleden tijd (o.v.t.)
| ik | herijkte |
| jij / je | herijkte |
| hij / zij / het | herijkte |
| wij / we | herijkten |
| jullie | herijkten |
| zij / ze | herijkten |
Aanvoegende wijs (archaïsch)
Aanvoegende wijs — tegenwoordig
| ik | herijke |
| jij / je | herijke |
| hij / zij / het | herijke |
| wij / we | herijken |
| jullie | herijken |
| zij / ze | herijken |
Aanvoegende wijs — verleden
| ik | herijkte |
| jij / je | herijkte |
| hij / zij / het | herijkte |
| wij / we | herijkten |
| jullie | herijkten |
| zij / ze | herijkten |
Gebiedende wijs
Gebiedende wijs
| jij | herijk |
| jullie (archaïsch) | herijkt |
Onbepaalde vormen
Infinitief
| — | herijken |
Tegenwoordig deelwoord
| — | herijkend |
Voltooid deelwoord
| — | herijkt |