HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← herbergen — definición

Conjugation of herbergen

Regular CEFR C2
/ˈhɛrbɛrɣə(n)/

tot verblijf dienen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik herberg
jij / je herbergt
hij / zij / het herbergt
wij / we herbergen
jullie herbergen
zij / ze herbergen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik herbergde
jij / je herbergde
hij / zij / het herbergde
wij / we herbergden
jullie herbergden
zij / ze herbergden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik herberge
jij / je herberge
hij / zij / het herberge
wij / we herbergen
jullie herbergen
zij / ze herbergen
Aanvoegende wijs — verleden
ik herbergde
jij / je herbergde
hij / zij / het herbergde
wij / we herbergden
jullie herbergden
zij / ze herbergden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij herberg
jullie (archaïsch) herbergt

Onbepaalde vormen

Infinitief
herbergen
Tegenwoordig deelwoord
herbergend
Voltooid deelwoord
geherbergd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary