HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← helen — definition

Conjugation of helen

Regular CEFR B1
ˈɦeː.lə(n)

gestolen goed in ontvangst nemen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik heel
jij / je heelt
hij / zij / het heelt
wij / we helen
jullie helen
zij / ze helen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik heelde
jij / je heelde
hij / zij / het heelde
wij / we heelden
jullie heelden
zij / ze heelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hele
jij / je hele
hij / zij / het hele
wij / we helen
jullie helen
zij / ze helen
Aanvoegende wijs — verleden
ik heelde
jij / je heelde
hij / zij / het heelde
wij / we heelden
jullie heelden
zij / ze heelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij heel
jullie (archaïsch) heelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
helen
Tegenwoordig deelwoord
helend
Voltooid deelwoord
geheeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary