HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← heinen — definition

Conjugation of heinen

Regular CEFR B1
ˈɦɛi̯.nə(n)

to fence (off), to enclose Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hein
jij / je heint
hij / zij / het heint
wij / we heinen
jullie heinen
zij / ze heinen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik heinde
jij / je heinde
hij / zij / het heinde
wij / we heinden
jullie heinden
zij / ze heinden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik heine
jij / je heine
hij / zij / het heine
wij / we heinen
jullie heinen
zij / ze heinen
Aanvoegende wijs — verleden
ik heinde
jij / je heinde
hij / zij / het heinde
wij / we heinden
jullie heinden
zij / ze heinden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hein
jullie (archaïsch) heint

Onbepaalde vormen

Infinitief
heinen
Tegenwoordig deelwoord
heinend
Voltooid deelwoord
geheind

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary