HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← heeten — definition

Conjugation of heeten

Regular CEFR B1

verouderde spelling of vorm van heten tot 1935/46 Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik heet
jij / je heet
hij / zij / het heet
wij / we heeten
jullie heeten
zij / ze heeten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik heette
jij / je heette
hij / zij / het heette
wij / we heetten
jullie heetten
zij / ze heetten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik heete
jij / je heete
hij / zij / het heete
wij / we heeten
jullie heeten
zij / ze heeten
Aanvoegende wijs — verleden
ik heette
jij / je heette
hij / zij / het heette
wij / we heetten
jullie heetten
zij / ze heetten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij heet
jullie (archaïsch) heet

Onbepaalde vormen

Infinitief
heeten
Tegenwoordig deelwoord
heetend
Voltooid deelwoord
geheeten

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary