HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← heersen — definición

Conjugation of heersen

Regular CEFR C1
/ˈɦeːrsən/

als epidemie aanwezig zijn in de bevolking Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik heers
jij / je heerst
hij / zij / het heerst
wij / we heersen
jullie heersen
zij / ze heersen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik heerste
jij / je heerste
hij / zij / het heerste
wij / we heersten
jullie heersten
zij / ze heersten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik heerse
jij / je heerse
hij / zij / het heerse
wij / we heersen
jullie heersen
zij / ze heersen
Aanvoegende wijs — verleden
ik heerste
jij / je heerste
hij / zij / het heerste
wij / we heersten
jullie heersten
zij / ze heersten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij heers
jullie (archaïsch) heerst

Onbepaalde vormen

Infinitief
heersen
Tegenwoordig deelwoord
heersend
Voltooid deelwoord
geheerst

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary