HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← harken — definición

Conjugation of harken

Regular CEFR C2
/ˈhɑrkə(n)/

met een hark bijeenbrengen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hark
jij / je harkt
hij / zij / het harkt
wij / we harken
jullie harken
zij / ze harken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik harkte
jij / je harkte
hij / zij / het harkte
wij / we harkten
jullie harkten
zij / ze harkten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik harke
jij / je harke
hij / zij / het harke
wij / we harken
jullie harken
zij / ze harken
Aanvoegende wijs — verleden
ik harkte
jij / je harkte
hij / zij / het harkte
wij / we harkten
jullie harkten
zij / ze harkten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hark
jullie (archaïsch) harkt

Onbepaalde vormen

Infinitief
harken
Tegenwoordig deelwoord
harkend
Voltooid deelwoord
geharkt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary