HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← hanteren — definición

Conjugation of hanteren

Regular CEFR C2
/hɑnˈterə(n)/

gebruiken (met name met de handen) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hanteer
jij / je hanteert
hij / zij / het hanteert
wij / we hanteren
jullie hanteren
zij / ze hanteren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hanteerde
jij / je hanteerde
hij / zij / het hanteerde
wij / we hanteerden
jullie hanteerden
zij / ze hanteerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hantere
jij / je hantere
hij / zij / het hantere
wij / we hanteren
jullie hanteren
zij / ze hanteren
Aanvoegende wijs — verleden
ik hanteerde
jij / je hanteerde
hij / zij / het hanteerde
wij / we hanteerden
jullie hanteerden
zij / ze hanteerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hanteer
jullie (archaïsch) hanteert

Onbepaalde vormen

Infinitief
hanteren
Tegenwoordig deelwoord
hanterend
Voltooid deelwoord
gehanteerd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary