HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← handhaven — definition

Conjugation of handhaven

Regular CEFR C1
ˈɦɑntˌɦaː.və(n)

krachtdadig in stand houden, naleving afdwingen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik handhaaf
jij / je handhaaft
hij / zij / het handhaaft
wij / we handhaven
jullie handhaven
zij / ze handhaven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik handhaafde
jij / je handhaafde
hij / zij / het handhaafde
wij / we handhaafden
jullie handhaafden
zij / ze handhaafden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik handhave
jij / je handhave
hij / zij / het handhave
wij / we handhaven
jullie handhaven
zij / ze handhaven
Aanvoegende wijs — verleden
ik handhaafde
jij / je handhaafde
hij / zij / het handhaafde
wij / we handhaafden
jullie handhaafden
zij / ze handhaafden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij handhaaf
jullie (archaïsch) handhaaft

Onbepaalde vormen

Infinitief
handhaven
Tegenwoordig deelwoord
handhavend
Voltooid deelwoord
gehandhaafd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary