HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← haken — definition

Conjugation of haken

Regular CEFR C2
ˈɦaːkə(n)

vast blijven hangen onder vorming van een haak (lus) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik haak
jij / je haakt
hij / zij / het haakt
wij / we haken
jullie haken
zij / ze haken
Verleden tijd (o.v.t.)
ik haakte
jij / je haakte
hij / zij / het haakte
wij / we haakten
jullie haakten
zij / ze haakten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hake
jij / je hake
hij / zij / het hake
wij / we haken
jullie haken
zij / ze haken
Aanvoegende wijs — verleden
ik haakte
jij / je haakte
hij / zij / het haakte
wij / we haakten
jullie haakten
zij / ze haakten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij haak
jullie (archaïsch) haakt

Onbepaalde vormen

Infinitief
haken
Tegenwoordig deelwoord
hakend
Voltooid deelwoord
gehaakt

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary