HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← hagelen — definition

Conjugation of hagelen

Regular CEFR B1

het uit de hemel neerkomen van hagelstenen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hagel
jij / je hagelt
hij / zij / het hagelt
wij / we hagelen
jullie hagelen
zij / ze hagelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hagelde
jij / je hagelde
hij / zij / het hagelde
wij / we hagelden
jullie hagelden
zij / ze hagelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hagele
jij / je hagele
hij / zij / het hagele
wij / we hagelen
jullie hagelen
zij / ze hagelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik hagelde
jij / je hagelde
hij / zij / het hagelde
wij / we hagelden
jullie hagelden
zij / ze hagelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hagel
jullie (archaïsch) hagelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
hagelen
Tegenwoordig deelwoord
hagelend
Voltooid deelwoord
gehageld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary