HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← hachelen — definition

Conjugation of hachelen

Regular CEFR B2
ˈɦɑ.xə.lə(n)

eten Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik hachel
jij / je hachelt
hij / zij / het hachelt
wij / we hachelen
jullie hachelen
zij / ze hachelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik hachelde
jij / je hachelde
hij / zij / het hachelde
wij / we hachelden
jullie hachelden
zij / ze hachelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik hachele
jij / je hachele
hij / zij / het hachele
wij / we hachelen
jullie hachelen
zij / ze hachelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik hachelde
jij / je hachelde
hij / zij / het hachelde
wij / we hachelden
jullie hachelden
zij / ze hachelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij hachel
jullie (archaïsch) hachelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
hachelen
Tegenwoordig deelwoord
hachelend
Voltooid deelwoord
gehacheld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary