HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← haasten — definition

Conjugation of haasten

Regular CEFR C1
'ɦastən

trachten om dat wat men te doen heeft snel af te maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik haast
jij / je haast
hij / zij / het haast
wij / we haasten
jullie haasten
zij / ze haasten
Verleden tijd (o.v.t.)
ik haastte
jij / je haastte
hij / zij / het haastte
wij / we haastten
jullie haastten
zij / ze haastten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik haaste
jij / je haaste
hij / zij / het haaste
wij / we haasten
jullie haasten
zij / ze haasten
Aanvoegende wijs — verleden
ik haastte
jij / je haastte
hij / zij / het haastte
wij / we haastten
jullie haastten
zij / ze haastten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij haast
jullie (archaïsch) haast

Onbepaalde vormen

Infinitief
haasten
Tegenwoordig deelwoord
haastend
Voltooid deelwoord
gehaast

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary