HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← groepeeren — definition

Conjugation of groepeeren

Regular CEFR B2

obsolete spelling of groeperen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik groepeer
jij / je groepeert
hij / zij / het groepeert
wij / we groepeeren
jullie groepeeren
zij / ze groepeeren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik groepeerde
jij / je groepeerde
hij / zij / het groepeerde
wij / we groepeerden
jullie groepeerden
zij / ze groepeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik groepeere
jij / je groepeere
hij / zij / het groepeere
wij / we groepeeren
jullie groepeeren
zij / ze groepeeren
Aanvoegende wijs — verleden
ik groepeerde
jij / je groepeerde
hij / zij / het groepeerde
wij / we groepeerden
jullie groepeerden
zij / ze groepeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij groepeer
jullie (archaïsch) groepeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
groepeeren
Tegenwoordig deelwoord
groepeerend
Voltooid deelwoord
gegroepeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary