HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← griezelen — definición

Conjugation of griezelen

Regular CEFR B2

gevoelens van angst en afkeer ervaren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik griezel
jij / je griezelt
hij / zij / het griezelt
wij / we griezelen
jullie griezelen
zij / ze griezelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik griezelde
jij / je griezelde
hij / zij / het griezelde
wij / we griezelden
jullie griezelden
zij / ze griezelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik griezele
jij / je griezele
hij / zij / het griezele
wij / we griezelen
jullie griezelen
zij / ze griezelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik griezelde
jij / je griezelde
hij / zij / het griezelde
wij / we griezelden
jullie griezelden
zij / ze griezelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij griezel
jullie (archaïsch) griezelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
griezelen
Tegenwoordig deelwoord
griezelend
Voltooid deelwoord
gegriezeld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary