HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← grenzen — definición

Conjugation of grenzen

Regular CEFR B1
/ˈɣrɛn.zə(n)/

~ aan als aansluitende buur hebben Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik grens
jij / je grenst
hij / zij / het grenst
wij / we grenzen
jullie grenzen
zij / ze grenzen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik grensde
jij / je grensde
hij / zij / het grensde
wij / we grensden
jullie grensden
zij / ze grensden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik grenze
jij / je grenze
hij / zij / het grenze
wij / we grenzen
jullie grenzen
zij / ze grenzen
Aanvoegende wijs — verleden
ik grensde
jij / je grensde
hij / zij / het grensde
wij / we grensden
jullie grensden
zij / ze grensden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij grens
jullie (archaïsch) grenst

Onbepaalde vormen

Infinitief
grenzen
Tegenwoordig deelwoord
grenzend
Voltooid deelwoord
gegrensd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary