HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← grauwen — definition

Conjugation of grauwen

Regular CEFR B1
ˈɣrɑu̯ə(n)

grauw (grijs) worden Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik grauw
jij / je grauwt
hij / zij / het grauwt
wij / we grauwen
jullie grauwen
zij / ze grauwen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik grauwde
jij / je grauwde
hij / zij / het grauwde
wij / we grauwden
jullie grauwden
zij / ze grauwden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik grauwe
jij / je grauwe
hij / zij / het grauwe
wij / we grauwen
jullie grauwen
zij / ze grauwen
Aanvoegende wijs — verleden
ik grauwde
jij / je grauwde
hij / zij / het grauwde
wij / we grauwden
jullie grauwden
zij / ze grauwden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij grauw
jullie (archaïsch) grauwt

Onbepaalde vormen

Infinitief
grauwen
Tegenwoordig deelwoord
grauwend
Voltooid deelwoord
gegrauwd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary