HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gorgelen — definition

Conjugation of gorgelen

Regular CEFR B2
ˈɣɔr.ɣə.lə(n)

met de stembanden wat vloeistof in de keel doen wervelen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gorgel
jij / je gorgelt
hij / zij / het gorgelt
wij / we gorgelen
jullie gorgelen
zij / ze gorgelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik gorgelde
jij / je gorgelde
hij / zij / het gorgelde
wij / we gorgelden
jullie gorgelden
zij / ze gorgelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gorgele
jij / je gorgele
hij / zij / het gorgele
wij / we gorgelen
jullie gorgelen
zij / ze gorgelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik gorgelde
jij / je gorgelde
hij / zij / het gorgelde
wij / we gorgelden
jullie gorgelden
zij / ze gorgelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gorgel
jullie (archaïsch) gorgelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
gorgelen
Tegenwoordig deelwoord
gorgelend
Voltooid deelwoord
gegorgeld

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary