HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gonzen — definition

Conjugation of gonzen

Regular CEFR B1

dof zoemen, een brommend geluid maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gons
jij / je gonst
hij / zij / het gonst
wij / we gonzen
jullie gonzen
zij / ze gonzen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik gonsde
jij / je gonsde
hij / zij / het gonsde
wij / we gonsden
jullie gonsden
zij / ze gonsden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gonze
jij / je gonze
hij / zij / het gonze
wij / we gonzen
jullie gonzen
zij / ze gonzen
Aanvoegende wijs — verleden
ik gonsde
jij / je gonsde
hij / zij / het gonsde
wij / we gonsden
jullie gonsden
zij / ze gonsden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gons
jullie (archaïsch) gonst

Onbepaalde vormen

Infinitief
gonzen
Tegenwoordig deelwoord
gonzend
Voltooid deelwoord
gegonsd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary