HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gloren — definition

Conjugation of gloren

Regular CEFR B1

zacht gloeien, glinsteren, een zacht schijnsel geven (vooral van de dageraad) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gloor
jij / je gloort
hij / zij / het gloort
wij / we gloren
jullie gloren
zij / ze gloren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik gloorde
jij / je gloorde
hij / zij / het gloorde
wij / we gloorden
jullie gloorden
zij / ze gloorden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik glore
jij / je glore
hij / zij / het glore
wij / we gloren
jullie gloren
zij / ze gloren
Aanvoegende wijs — verleden
ik gloorde
jij / je gloorde
hij / zij / het gloorde
wij / we gloorden
jullie gloorden
zij / ze gloorden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gloor
jullie (archaïsch) gloort

Onbepaalde vormen

Infinitief
gloren
Tegenwoordig deelwoord
glorend
Voltooid deelwoord
gegloord

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary