HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gewinnen — definition

Conjugation of gewinnen

Regular CEFR B2
ɣəˈwɪnə(n)

archaisch/bijbels: als nageslacht krijgen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gewin
jij / je gewint
hij / zij / het gewint
wij / we gewinnen
jullie gewinnen
zij / ze gewinnen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik gewon
jij / je gewon
hij / zij / het gewon
wij / we gewonnen
jullie gewonnen
zij / ze gewonnen

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gewinne
jij / je gewinne
hij / zij / het gewinne
wij / we gewinnen
jullie gewinnen
zij / ze gewinnen
Aanvoegende wijs — verleden
ik gewonne
jij / je gewonne
hij / zij / het gewonne
wij / we gewonnen
jullie gewonnen
zij / ze gewonnen

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gewin
jullie (archaïsch) gewint

Onbepaalde vormen

Infinitief
gewinnen
Tegenwoordig deelwoord
gewinnend
Voltooid deelwoord
gewonnen

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary