HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gesticuleren — definition

Conjugation of gesticuleren

Regular CEFR C1
ɣɛstikyˈleːrə(n)

gebaren maken, vooral bij het spreken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gesticuleer
jij / je gesticuleert
hij / zij / het gesticuleert
wij / we gesticuleren
jullie gesticuleren
zij / ze gesticuleren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik gesticuleerde
jij / je gesticuleerde
hij / zij / het gesticuleerde
wij / we gesticuleerden
jullie gesticuleerden
zij / ze gesticuleerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gesticulere
jij / je gesticulere
hij / zij / het gesticulere
wij / we gesticuleren
jullie gesticuleren
zij / ze gesticuleren
Aanvoegende wijs — verleden
ik gesticuleerde
jij / je gesticuleerde
hij / zij / het gesticuleerde
wij / we gesticuleerden
jullie gesticuleerden
zij / ze gesticuleerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gesticuleer
jullie (archaïsch) gesticuleert

Onbepaalde vormen

Infinitief
gesticuleren
Tegenwoordig deelwoord
gesticulerend
Voltooid deelwoord
gegesticuleerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary