HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gespen — definición

Conjugation of gespen

Regular CEFR C2
/ˈɣɛspə(n)/

bevestigen met behulp van een beugel waarin een riem of lint wordt vastgeklemd Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gesp
jij / je gespt
hij / zij / het gespt
wij / we gespen
jullie gespen
zij / ze gespen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik gespte
jij / je gespte
hij / zij / het gespte
wij / we gespten
jullie gespten
zij / ze gespten

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gespe
jij / je gespe
hij / zij / het gespe
wij / we gespen
jullie gespen
zij / ze gespen
Aanvoegende wijs — verleden
ik gespte
jij / je gespte
hij / zij / het gespte
wij / we gespten
jullie gespten
zij / ze gespten

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gesp
jullie (archaïsch) gespt

Onbepaalde vormen

Infinitief
gespen
Tegenwoordig deelwoord
gespend
Voltooid deelwoord
gegespt

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary