HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← geselen — definición

Conjugation of geselen

Regular CEFR C2
/ˈɣeːsələ(n)/

iemand met een zweep of gesel tuchtigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gesel
jij / je geselt
hij / zij / het geselt
wij / we geselen
jullie geselen
zij / ze geselen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik geselde
jij / je geselde
hij / zij / het geselde
wij / we geselden
jullie geselden
zij / ze geselden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gesele
jij / je gesele
hij / zij / het gesele
wij / we geselen
jullie geselen
zij / ze geselen
Aanvoegende wijs — verleden
ik geselde
jij / je geselde
hij / zij / het geselde
wij / we geselden
jullie geselden
zij / ze geselden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gesel
jullie (archaïsch) geselt

Onbepaalde vormen

Infinitief
geselen
Tegenwoordig deelwoord
geselend
Voltooid deelwoord
gegeseld

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary