HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← geren — definition

Conjugation of geren

Regular CEFR B1
ˈɣeː.rə(n)

een of meer spits toelopende stukken textiel inzetten (als onderdeel van een te maken of vermaken kledingstuk) Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik geer
jij / je geert
hij / zij / het geert
wij / we geren
jullie geren
zij / ze geren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik geerde
jij / je geerde
hij / zij / het geerde
wij / we geerden
jullie geerden
zij / ze geerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gere
jij / je gere
hij / zij / het gere
wij / we geren
jullie geren
zij / ze geren
Aanvoegende wijs — verleden
ik geerde
jij / je geerde
hij / zij / het geerde
wij / we geerden
jullie geerden
zij / ze geerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij geer
jullie (archaïsch) geert

Onbepaalde vormen

Infinitief
geren
Tegenwoordig deelwoord
gerend
Voltooid deelwoord
gegeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary