HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← geloven — definición

Conjugation of geloven

Regular CEFR A1
/ɣəˈloːvə(n)/

iemand ~: zich door iemand laten overtuigen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik geloof
jij / je gelooft
hij / zij / het gelooft
wij / we geloven
jullie geloven
zij / ze geloven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik geloofde
jij / je geloofde
hij / zij / het geloofde
wij / we geloofden
jullie geloofden
zij / ze geloofden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gelove
jij / je gelove
hij / zij / het gelove
wij / we geloven
jullie geloven
zij / ze geloven
Aanvoegende wijs — verleden
ik geloofde
jij / je geloofde
hij / zij / het geloofde
wij / we geloofden
jullie geloofden
zij / ze geloofden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij geloof
jullie (archaïsch) gelooft

Onbepaalde vormen

Infinitief
geloven
Tegenwoordig deelwoord
gelovend
Voltooid deelwoord
geloofd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary