HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gebaren — definition

Conjugation of gebaren

Regular CEFR C2
ɣəˈbaːrə(n)

communiceren door het maken van gebaren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gebaar
jij / je gebaart
hij / zij / het gebaart
wij / we gebaren
jullie gebaren
zij / ze gebaren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik gebaarde
jij / je gebaarde
hij / zij / het gebaarde
wij / we gebaarden
jullie gebaarden
zij / ze gebaarden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gebare
jij / je gebare
hij / zij / het gebare
wij / we gebaren
jullie gebaren
zij / ze gebaren
Aanvoegende wijs — verleden
ik gebaarde
jij / je gebaarde
hij / zij / het gebaarde
wij / we gebaarden
jullie gebaarden
zij / ze gebaarden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gebaar
jullie (archaïsch) gebaart

Onbepaalde vormen

Infinitief
gebaren
Tegenwoordig deelwoord
gebarend
Voltooid deelwoord
gebaard

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary