HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← garen — definition

Conjugation of garen

Regular CEFR C2
ˈɣaːrə(n)

door middel van koken klaar maken voor consumptie, gaar maken Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gaar
jij / je gaart
hij / zij / het gaart
wij / we garen
jullie garen
zij / ze garen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik gaarde
jij / je gaarde
hij / zij / het gaarde
wij / we gaarden
jullie gaarden
zij / ze gaarden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gare
jij / je gare
hij / zij / het gare
wij / we garen
jullie garen
zij / ze garen
Aanvoegende wijs — verleden
ik gaarde
jij / je gaarde
hij / zij / het gaarde
wij / we gaarden
jullie gaarden
zij / ze gaarden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gaar
jullie (archaïsch) gaart

Onbepaalde vormen

Infinitief
garen
Tegenwoordig deelwoord
garend
Voltooid deelwoord
gegaard

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary