HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← galopperen — definition

Conjugation of galopperen

Regular CEFR C2
ɣɑlɔˈpeːrə(n)

in galop - de snelste gang - rijden op een paard Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik galoppeer
jij / je galoppeert
hij / zij / het galoppeert
wij / we galopperen
jullie galopperen
zij / ze galopperen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik galoppeerde
jij / je galoppeerde
hij / zij / het galoppeerde
wij / we galoppeerden
jullie galoppeerden
zij / ze galoppeerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik galoppere
jij / je galoppere
hij / zij / het galoppere
wij / we galopperen
jullie galopperen
zij / ze galopperen
Aanvoegende wijs — verleden
ik galoppeerde
jij / je galoppeerde
hij / zij / het galoppeerde
wij / we galoppeerden
jullie galoppeerden
zij / ze galoppeerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij galoppeer
jullie (archaïsch) galoppeert

Onbepaalde vormen

Infinitief
galopperen
Tegenwoordig deelwoord
galopperend
Voltooid deelwoord
gegaloppeerd

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary