HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← gaggelen — definition

Conjugation of gaggelen

Regular CEFR B2

heel hard lachen door mensen Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik gaggel
jij / je gaggelt
hij / zij / het gaggelt
wij / we gaggelen
jullie gaggelen
zij / ze gaggelen
Verleden tijd (o.v.t.)
ik gaggelde
jij / je gaggelde
hij / zij / het gaggelde
wij / we gaggelden
jullie gaggelden
zij / ze gaggelden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik gaggele
jij / je gaggele
hij / zij / het gaggele
wij / we gaggelen
jullie gaggelen
zij / ze gaggelen
Aanvoegende wijs — verleden
ik gaggelde
jij / je gaggelde
hij / zij / het gaggelde
wij / we gaggelden
jullie gaggelden
zij / ze gaggelden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij gaggel
jullie (archaïsch) gaggelt

Onbepaalde vormen

Infinitief
gaggelen
Tegenwoordig deelwoord
gaggelend
Voltooid deelwoord
gegaggeld

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary