HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← fusioneren — definition

Conjugation of fusioneren

Regular CEFR B2
fy.z(i)joːˈneː.rə(n)

samensmelten, fuseren, een fusie aangaan Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fusioneer
jij / je fusioneert
hij / zij / het fusioneert
wij / we fusioneren
jullie fusioneren
zij / ze fusioneren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik fusioneerde
jij / je fusioneerde
hij / zij / het fusioneerde
wij / we fusioneerden
jullie fusioneerden
zij / ze fusioneerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik fusionere
jij / je fusionere
hij / zij / het fusionere
wij / we fusioneren
jullie fusioneren
zij / ze fusioneren
Aanvoegende wijs — verleden
ik fusioneerde
jij / je fusioneerde
hij / zij / het fusioneerde
wij / we fusioneerden
jullie fusioneerden
zij / ze fusioneerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fusioneer
jullie (archaïsch) fusioneert

Onbepaalde vormen

Infinitief
fusioneren
Tegenwoordig deelwoord
fusionerend
Voltooid deelwoord
gefusioneerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary