HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← fuseren — definition

Conjugation of fuseren

Regular CEFR C2
fyˈzeːrə(n)

het samengaan, eenwoorden van instellingen of bedrijven Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fuseer
jij / je fuseert
hij / zij / het fuseert
wij / we fuseren
jullie fuseren
zij / ze fuseren
Verleden tijd (o.v.t.)
ik fuseerde
jij / je fuseerde
hij / zij / het fuseerde
wij / we fuseerden
jullie fuseerden
zij / ze fuseerden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik fusere
jij / je fusere
hij / zij / het fusere
wij / we fuseren
jullie fuseren
zij / ze fuseren
Aanvoegende wijs — verleden
ik fuseerde
jij / je fuseerde
hij / zij / het fuseerde
wij / we fuseerden
jullie fuseerden
zij / ze fuseerden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fuseer
jullie (archaïsch) fuseert

Onbepaalde vormen

Infinitief
fuseren
Tegenwoordig deelwoord
fuserend
Voltooid deelwoord
gefuseerd

Practice in context

Fill in the verb in real sentences — correct answers count toward the table above.

Practice this verb →

More conjugations

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary