HomeServicesBlogDictionariesContactSpanish Course
← fuiven — definición

Conjugation of fuiven

Regular CEFR B1
/ˈfœy̯.və(n)/

enthousiast feestvieren Ver definición completa →

Aantonende wijs

Tegenwoordige tijd (o.t.t.)
ik fuif
jij / je fuift
hij / zij / het fuift
wij / we fuiven
jullie fuiven
zij / ze fuiven
Verleden tijd (o.v.t.)
ik fuifde
jij / je fuifde
hij / zij / het fuifde
wij / we fuifden
jullie fuifden
zij / ze fuifden

Aanvoegende wijs (archaïsch)

Aanvoegende wijs — tegenwoordig
ik fuive
jij / je fuive
hij / zij / het fuive
wij / we fuiven
jullie fuiven
zij / ze fuiven
Aanvoegende wijs — verleden
ik fuifde
jij / je fuifde
hij / zij / het fuifde
wij / we fuifden
jullie fuifden
zij / ze fuifden

Gebiedende wijs

Gebiedende wijs
jij fuif
jullie (archaïsch) fuift

Onbepaalde vormen

Infinitief
fuiven
Tegenwoordig deelwoord
fuivend
Voltooid deelwoord
gefuifd

Más conjugaciones

Explore the Nederlands dictionary

Look up any Dutch word for definitions, equivalents in 94 languages, and more.

Open Dictionary